Hier vind je vragen en andere berichten van burgers en onze antwoorden daarop. Alle vragen en verhalen zijn welkom, wij zullen daarop zo volledige mogelijk antwoorden. Foto's zijn natuurlijk ook van harte welkom. Voor vragen kun je mailen naar Frans Kapteijns. |
| Meer vogels in de straat. |
| Bertje de Eekhoorn komt in de Dommel wonen. |
| Vragen en antwoorden over Boidiversiteit. |
|
Onderstaande brief kwam bij ons binnen. Inmiddels is een afspraak gemaakt en het resultaat zullen we hier ook vermelden. Beste Frans, We (en dat zijn de bewoners van de Gender in Oisterwijk) hebben een vraagje. We hebben dit jaar de € 1000 gewonnen bij Buurt aan Z! en willen een deel van dat geld besteden aan het stimuleren van de biodiversiteit in de straat. Onze Gender is vorig jaar mooi opgeknapt door de gemeente. We hebben nieuwe bomen, nieuw groen, nieuwe parkeerplaatsen etc. Het ziet er prachtig uit maar we missen nog iets. We zouden graag wat meer vogeltjes zien in onze straat. Nu is onze vraag, hoe lokken we die vogels? Doen we dat door vogelhuisjes aan de gevels te hangen of juist niet? Tevens blijft dan de vraag wie een vogelhuisje aan zijn gevel wil hebben. Of plaatsen we die huisjes in de bomen? En mag dat in jonge bomen? Of kunnen we op een andere manier bijdragen aan meer biodiversiteit in de straat? Jij (mag ik jij zeggen?) bent de expert, dus we vragen jou om advies. We horen graag van je. Namens de bewoners van de Gender, Angelique Bekkers
|
Bertje de Eekhoorn komt in de Dommel wonen. Rond 1988 zijn de woningen aan de Dommel gebouwd. Mede ter voorkoming van geluidoverlast van de treinen is achter deze woningen gekozen voor de aanleg van een groene wal. Door de aanleg van een pad tussen de begroeiing zouden wijkbewoners kunnen genieten van een klein stukje natuur binnen de grote woonwijk de Pannenschuur. Inmiddels is de groenstrook meer dan 20 jaar oud. Tot teleurstelling van de bewoners aan de Dommel biedt de huidige groenstrook een treurig gezicht. Volgens de buurtbewoners komt dat vooral door de huidige inrichting van deze groenstrook. Achter de huizen aan de Dommel is een pad met aan weerszijden berkenbomen aangelegd. De bomen en struiken in de groenstrook zijn in de afgelopen 20 jaar enorm gegroeid in alle richtingen. Het is een Dommelbosje bestaande uit staken geworden en het pad oogt hierdoor erg donker, somber. Dit nodigt zeker niet uit tot een gezellige kleine wandeling. De bomen zijn tevens oorzaak van overlast en irritatie. Zo zijn er onder ons bewoners met ernstige gezondheidsklachten die veroorzaakt worden door bepaalde zeer dominant aanwezige soorten. Daarnaast ontnemen de metershoge bomen ook nagenoeg al het zonlicht in de aangrenzende tuinen. |
Vragen en & antwoorden over Biodiversiteit. 1. Wat is biodiversiteit? Stel je eens voor dat er geen dieren of planten op aarde zouden zijn. Of alleen maar cactussen. Hoe zou de wereld er dan uitzien? De verschillende soorten op aarde houden de natuur in balans. Samen vormen ze een levende en productieve natuur. Die soortenrijkdom op aarde heet biodiversiteit. Door de rijkdom aan soorten is er schoon water, vruchtbare grond en een stabiel klimaat. Zo leveren bomen niet alleen hout, ze houden ook de bodem vast, slaan CO2 op, en geven vruchten. Biodiversiteit levert voedsel en grondstoffen voor huisvesting, kleding, brandstof en medicijnen. Een obscuur plantje uit Madagascar, de Cattharanthus rosseus, was bijvoorbeeld van belang voor de ontwikkeling van medicijnen tegen kanker. Deze natuurlijke hulpbronnen zorgen dat wij, de mens, kunnen leven. Het is dus niet alleen mooi, het is ook belangrijk voor ons om de natuur op een goede manier te beheren. De kans is groot dat de natuur nog veel meer van dergelijke schatten voor ons herbergt, waar we nu nog geen weet van hebben. De natuur is goud waard. Edward Osborne Wilson, een van ’s werelds grootste mierendeskundige vergeleek het kappen van tropisch regenwoud ooit met het opstoken van een Rembrandt of een Vermeer om een maaltje te koken. 2. Wat is het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit 2010? De Verenigde Naties hebben 2010 uitgeroepen tot Internationaal Jaar van de Biodiversiteit. Dit hebben zij natuurlijk niet zomaar gedaan. Het gaat niet goed met de biodiversiteit op aarde. Ongeveer 40 procent van alle planten en dieren die nu op aarde leven zijn met uitsterven bedreigd. Zodra een soort is uitgestorven komt die nooit meer terug. En verschillende soorten zijn nodig om de natuur in balans te houden. De snelheid waarop soorten verdwijnen, gaat in de laatste 50 jaar ongeveer 1000 keer sneller dan het uitsterven ooit in het hele bestaan van de aarde is gegaan. Sneller dus dan het uitsterven van de dinosaurussen. Net zoals over het onderwerp van de klimaatverandering, hebben regeringen wereldwijd ook afspraken gemaakt om de biodiversiteit te redden. Regeringen uit de hele wereld bespreken eind dit jaar op een VN-top in Japan wat ze nog meer kunnen doen om de biodiversiteit te behouden en duurzaam te benutten. Het verlies moet, voor zover mogelijk, vóór 2020 gestopt worden. 3.Hoe komt dat? Die uitstervingscrisis? Dit komt doordat er in de laatste 50 jaar 4 miljard mensen bij zijn gekomen, en de omvang van de wereldeconomie is vervijfvoudigd. Om deze groei te steunen heeft de mens de natuur weggehaald om er bijvoorbeeld steden te bouwen, of landbouw op die plek te bedrijven. Al die mensen gebruiken de grondstoffen die de planeet biedt ook nog eens op een onduurzame manier. Dit heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de paling en kabeljauw nu aan het uitsterven zijn, want ze zijn overbevist. Daarnaast is er te veel vervuiling en afval. Ook verhuizen we via onze boten en vliegtuigen planten en dieren naar plekken waar ze niet natuurlijk thuis horen, en waar ze dan uiteindelijk een plaag kunnen gaan vormen. Het biodiversiteitsverlies bedreigt de welvaart en het welzijn van ons allemaal. We zijn er volledig van afhankelijk voor ons eten, ons drinken, en zelfs de lucht die we inademen. 4. Kunnen we de biodiversiteit nog redden? Ja, dat kan. We hebben bewezen dat we bijvoorbeeld door natuurbescherming (nationale parken, natuurgebieden, zeereservaten, maar ook fokprogramma’s in dierentuinen en botanische tuinen) soorten die bijna zijn uitgestorven nog kunnen redden. We weten ook heel goed hoe we ecosystemen (dat zijn de systemen die door het samenspel tussen de soorten die er in thuis horen bijvoorbeeld ons voedsel leveren of het laten regenen op aarde) weer kunnen herstellen, zolang de soorten niet uitgestorven zijn. Na het herstel kan een woestijn bijvoorbeeld weer mooie natuur worden waar zelfs gewoon duurzame landbouw bedreven kan worden. Dat is met projecten in de Sahel bewezen. We kunnen ook de manier waarop we onze producten maken en oogsten aanpassen en zorgen dat we niet te veel grondstoffen meer nodig hebben. In het bestaan van de aarde zijn er veel uitstervingen geweest. Die hadden allemaal een natuurlijke ramp als oorzaak. Nu ook, want de mens is nu de oorzaak en wij zijn tenslotte zelf ook natuur. Maar, het verschil met de rampen die in de prehistorie grote uitstervingen hebben veroorzaakt, is dat de ramp nu intelligentie heeft. De mens weet wat het gevolg is van zijn daden. Wij kunnen dus samen beslissen dat we die gevolgen niet willen, en er iets aan doen. 5. Is het ook zo erg met de biodiversiteit in Nederland? We hebben in Nederland toch geen natuur? Dit is een vraag die vaak gesteld wordt. Ook in Nederland zijn er dieren verdwenen of aan het verdwijnen, zoals de wolf vroeger en nu bijvoorbeeld de paling. Ook sommige vlindersoorten komen minder voor dan vroeger. Typisch als Nederlands aandoende vogels, zoals de aalscholver, trekken over de hele wereld en als hun stop of overwinterplekken bedreigd worden, zien we ze hier niet meer terug. Formeel is de Waddenzee een natuurmonument. Ook op het vast land zijn Nederlandse natuurgebieden, duinen en landschappen die worden beschermd. Maar omdat er veel snelwegen en gebouwen zijn, kunnen dieren niet meer van het ene leefgebied, naar het andere doorsteken. Gelukkig wordt daar steeds vaker rekening meegehouden en legt de overheid tegenwoordig bijvoorbeeld ecoducten (bruggen voor natuur) aan waar dieren snelwegen kunnen oversteken. Ook zijn er boeren die steeds vaker rekening houden met de planten en dieren die de randen van hun landbouwgebied bewonen. Elf van deze boeren bedrijven doen zelfs mee met Wereldbiodiversiteitsdag, en hebben hun boerderijen vandaag opengesteld voor publiek. Tot slot hebben we een schat aan tropische biodiversiteit op de Nederlandse Antillen. De koraalriffen rond Bonaire bijvoorbeeld. Als schepen daar hun ankers achter hun schip over de bodem laten slepen, verdwijnt er niet alleen een mooie snorkelplek, maar kunnen vissen en andere oceaandieren niet meer tussen die riffen broeden en verdwijnen deze ook. 6. Maar de natuur wordt toch steeds schoner in Nederland? Er zwemmen toch weer vissen in de Rijn? Dat klopt. In Nederland boeken we veel successen met natuurbescherming en het schoonmaken van onze vervuilde leefomgeving. Helaas komt dat voor een deel ook omdat veel vieze industrie is verhuisd naar bijvoorbeeld China, of omdat we veel van onze landbouwproducten nu uit Afrika halen. Daar neemt de vervuiling alleen maar toe. Wist je dat het regenwoud in de Amazone gekapt wordt omdat boeren daar de grond willen gebruiken om voedsel (met name soja) voor onze varkens te telen? Ons eigen gedrag is nog niet voldoende veranderd. We consumeren nog steeds onduurzaam. Alleen, door de mondiale markt is veel van de vervuiling die daarbij hoort gewoon naar andere werelddelen verhuisd. Dat heeft aan de ene kant bijgedragen aan meer rijkdom in de rest van de wereld, maar ook aan meer armoede: omdat de natuur ernstig lijdt onder de productie van grote bedrijven, en arme mensen vaak direct afhankelijk zijn van deze natuur voor hun voedsel- en watervoorziening. 7. Is het erg als een Nederlandse pad uitsterft? Er worden toch ook steeds nieuwe soorten ontdekt? Dit is een veel voorkomende vraag. Het vervelende is dat we het antwoord op de eerste vraag vaak niet hebben. Dat komt omdat we nog heel veel niet snappen over de precieze rol van een soort in een bepaald ecosysteem. Wat we wel weten is dat als meer en meer soorten verdwijnen, die ecosystemen steeds zwakker worden, en uiteindelijk zelfs kunnen instorten. Daarom willen we alle soorten behouden. Dat heet het voorzorgsprincipe. Als je niet weet wat de gevolgen zijn, maar je hebt een goed vermoeden dat die ernstig zijn, dan kan je het maar beter niet doen. Het kan zijn dat de pad in kwestie juist zorgt dat de ooievaar in dit gebied blijft komen. Of dat deze pad insecten opeet die verder geen andere natuurlijke vijanden hebben. Als die pad nu uitsterft, zou er bijvoorbeeld een keverplaag kunnen ontstaan. Of, voor hetzelfde geld, blijkt deze pad een stofje in zijn lichaam te hebben dat helpt tegen Alzheimer of een andere nare aandoening. Dat zouden we toch niet willen missen? Het klopt ook dat er steeds meer nieuwe soorten worden ontdekt. We weten, dat we nog maar een fractie van alle bestaande soorten kennen. We kennen er nu ongeveer 4 miljoen (die ooit door wetenschappers zijn gevonden en beschreven). De schattingen over het aantal soorten op aarde variëren van 40 miljoen tot volgens sommigen wel 100 miljoen. Vooral over micro-organismen (bijvoorbeeld bacteriën en schimmels) of over het leven in de oceanen weten we nog niet veel. Er zijn gebieden in regenwouden die nog nooit door een wetenschapper zijn onderzocht. Elke keer als wetenschappers naar zo’n plek gaan, komen ze honderden nieuwe soorten tegen. Die komen er dus niet bij, maar worden ontdekt. We weten vrij zeker dat ook onder de onbekende soorten een uitsterving gaande is. Dat komt omdat we de biologie en de mechaniek van de natuur grotendeels wel snappen. Als je het huis weghaalt van een soort, dan zal die het niet overleven. Als je een soort vergiftigt, dan zal die dat niet overleven. Als soorten verdwijnen waar die onontdekte soort van afhankelijk was, zal die onontdekte soort verdwijnen. Ofwel, we weten dat ook bij de nog onbekende soorten een uitstervingscrisis gaande is. 8. Het gaat toch beter met het milieu? Het klimaat verandert toch niet? Het klimaatprobleem bleek achteraf wel mee te vallen, is deze uitstervingscrisis niet weer zo’n overdreven ramp? Nee. Bij de uitsterving van soorten zien we wat er nu gebeurt, en hoeven we niet te voorspellen wat er zal gaan gebeuren, zoals bij het klimaat. Soorten verdwijnen gewoon. En we zien dat er van bepaalde soorten nu veel minder zijn, terwijl er daar ooit heel veel van waren. Neem bijvoorbeeld de uitsterving van kikkers en andere amfibieën. Er is een bepaalde schimmel, die zich heel goed uitbreid door het veranderen van het klimaat, en die kikkers en amfibieën dood maakt. Er zijn plekken in het oerwoud waar ooit honderden kikkers van een soort waren gezien, en waar er twee weken later geen een meer levend gevonden werd. Ze zijn gestorven door die schimmelziekte. Eén derde van alle amfibieën staan nu op de IUCN Rode Lijst als ernstig bedreigd, omdat zij belaagd worden door die schimmel. 9. Medicijnen komen toch uit een laboratorium? Ja, maar vaak pas nadat de werkende stofjes in de natuur zijn ontdekt. Dan proberen medicijnenfabrikanten die stofjes na te maken in het laboratorium en te combineren tot er een goed middel uit komt. Ongeveer 60% van alle medicijnen komen uit de natuur. 10. Wat doen bedrijven? Bedrijven zijn op verschillende manieren afhankelijk van de natuur. Ze gebruiken energie en bijvoorbeeld papier, water en lucht. Maar ze gebruiken vaak ook grondstoffen die uit de natuur worden gehaald, zoals soja, hout of vis. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar als het weghalen van grondstoffen leidt tot vernietiging en de natuur niet de kans krijgt om te herstellen… dan is er wel een probleem. Gelukkig zien steeds meer bedrijven dat in. Ze moeten investeren in het in stand houden van de natuur. Een aantal bedrijven is daar al mee bezig, en het Nederlandse bedrijfsleven is er zelfs koploper in. 11. Wat doet de overheid? Overheden leggen tegenwoordig ‘ecoducten’ aan voor dieren en planten. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft een lijst van beschermde planten en dieren die regelmatig wordt vernieuwd. Daarnaast geeft de overheid subsidies aan bedrijven en organisaties die in Nederland of in ontwikkelingslanden zelf aan de slag gaan met de natuur. Uit een onderzoek van de VN blijkt dat overheden (ook Nederland) nog niet genoeg hebben gedaan. In 2002 spraken ze af dat ze het verlies aan biodiversiteit in 2010 zouden keren. Het is 2010 en wat blijkt: het is niet genoeg. Dus roepen we nu met zijn allen elkaar op om de schouders er onder te zetten: Overheden, bedrijven en mensen thuis. 12. Kan ik dan ook wat doen? Ja. U kunt doneren aan een natuurbeschermingsorganisatie, maar u kunt bijvoorbeeld ook vis met een MSC-keurmerk eten. Dan is de vis zo gevangen, dat de natuurlijke aanwas van vis en de leefomgeving van de vis niet is aangetast. Of u kunt de viswijzer gebruiken (te bestellen via www.wnf.nl/viswijzer). U kunt ook minder vlees eten, zodat er bijvoorbeeld minder soja hoeft te worden verbouwd voor het veevoer, en dus minder regenwoud wordt gekapt. U kunt er bij de aanschaf van houten meubelen op letten dat ze het FSC keurmerk hebben. Ook dan weet u dat er geen tropisch bos voor is omgekapt. Tot slot een eenvoudige eettip: koop weer wat meer seizoengroenten en fruit in de juiste jaargetijden. Net als opa en oma dat vroeger deden: winterpenen in de winter en niet het hele jaar door aardbeien. Ook kunt u uw tuin biodiversiteits-vriendelijk inrichten. Dat betekent minder tegels, meer gras. Sommige bloemen en struiken trekken vlinders en insecten aan die met uitsterven worden bedreigd, zoals de bij. U kunt dus bijvoorbeeld een vlinderstruik in de tuin zetten, om de biodiversiteit in Nederland te vergroten, of nestkasten ophangen voor bepaalde vogels.
|